Zoeken in deze blog

woensdag 24 juni 2020

Glas halfvol...









Hoe vaak horen wij niet zeggen, of lezen: ‘Mijn glas is half vol, i.p.v. half leeg.’ Ik ben het dan ook met deze stelling eens. Een positieve benadering. Ik ben altijd van mening, dat er aan een gebeurtenis, een voorval, of een conflict altijd twee kanten zitten. En aan het verkondigen van aannames heb ik een grondige hekel. Het leidt alleen maar tot verwarring, geeft een onjuist beeld en leidt nergens toe. Sommige mensen zijn daar goed in, daarbij vergeet men, dat men aan de waarheid voorbijgaat. Nu in deze corona tijd komen veel conflicten voor tussen buren. Lawaai makende kinderen die thuis zijn omdat de scholen gesloten zijn, met daarnaast buren die thuis moeten werken. Een sluimerende onmin wordt in deze periode extra gevoed, wat leidt tot een uitbarsting, die de goede verstandhouding met de buren geen goed doet. Hierbij zal het glas half leeg zijn, i.p.v. halfvol. Toch wanneer men in staat is een andere zijde te bekijken, voor- en nadelen afwegend, en ook de voordelen er van in wil zien, men dikwijls tot een positievere benadering komt. Daarna zal in een gesprek met de buren de toon heel wat gematigder zijn met als resultaat een betere uitkomst, dat maakt het glas weer halfvol is.

Hoe vaak heb ik tijdens het begin van de intellectuele lock-dowm mensen in mijn omgeving niet horen verzuchten: ‘heerlijk die rust.’ ‘Een lege agenda, even niets moeten.’ In een druk werkzaam en sociaal leven tot de ontdekking komen, dat die rust welkom is. De andere kant zien van de enigszins gedwongen beperking van de vrijheid. Een positieve benadering van een glas halfvol.

Veel grenzen zijn nu open en de mogelijkheid is om naar het buitenland op vakantie te gaan, met beperkingen die ook in ons land gelden. Indien toch het besluit wordt genomen om te gaan, laat dan de zwaarmoedigheid om dingen die niet haalbaar zijn thuis en maakt dat halvolle glas vol en geniet van wat wel kan.

Respect heb ik voor het verzorgend personeel. Het hele land heeft voor hen geklapt, kaarsen laten branden, klokken gingen beierden, met een beloofde bonus van het Rijk. Nu het virus wat lijkt in te dammen en de heftige periode achter de rug is, zal voor het verplegend personeel het glas half leeg zijn. De toegezegde bonus is nog steeds niet toegekend. Laat ook voor hen het glas weer snel half vol zijn.

Nu de regels versoepelt zijn kunnen we weer gewoon op een terras, zeker met dit mooie weer, met elkaar proosten, een vol glas heffend met een positieve benadering van het leven.

“Het maakt niet uit of mijn glas half vol, of half leeg is, zolang ik het maar kan vullen!”
  

zaterdag 20 juni 2020

Draadloos










Als klein meisje dacht ik dat in de hemel
een telefooncel zou staan,
ik zou dan kunnen bellen met mijn oma,
om te vragen hoe het met haar zou gaan.
Door draden waarlangs gedachten de ruimte in worden gestuurd,
een onzichtbaar netwerk dat het kleine meisje al vermoedde,
draadloos tot in de hemel,
zoals zij de ruimte toen noemde.

Dikwijls loop ik een blokje om,
zonder het bewandelen van rechte lijnen.
Vaak zijn ze ook wel krom,
net zoals de hobbels in mijn leven.
Niet alles gaat rechtstreeks van Aa naar B… ,
al heb ik wel het streven
ze rechtstreeks te verbinden, zodat ik tevreden
kan kijken naar het achterom.

Tijdens het wandelen lopen mijn gedachten
de onzichtbare lijnen die aan mij zijn vastgepind.
Verborgen in voorbije stappen
de veel gemaakte zorgen,
die reeds vervagen in de afdruk op het grint.
Niets kan onvoorwaardelijke liefde verbreken,
die onlosmakelijk aangesloten blijven door
liefdesstromen die harten verbindt.

Onzichtbare lijnen verbinden
via telefoon, computer, of gedachtestromen,
zodat ze ergens in de ruimte
weer naar beneden tot antwoorden komen.
Het is niet enkel de techniek die mensen verbindt.
Al sinds Eva, Adam de appel aanbood,
is het de liefde die bindt,
of men nu wel, of niet in dit scheppingsverhaal geloofd.







Spiegel









Wanneer ik in de vroege morgen
mij nog aan niemand tonen wil,
ben jij de eerste tot wie ik mij wend,
zonder gêne, geheel ontbloot, zonder rode konen
ben jij het beeld, dat mij herkent.
Met slaapogen, verras je mij met vouwen,
die het kussen in mijn wang heeft gebogen.
Ik heb jouw vertrouwen,
dat je mijn grimassen niet aan anderen vertelt,
zwijgt over mijn slechte humeur,
daarom ben ik op jou gesteld.
Je maakt me blij, maar soms ook triest,
wanneer je mij de harde werkelijkheid toont
van een huid die met de jaren haar elasticiteit verliest.

Jij spiegel, barstensvol barsten, wij gaan steeds meer bij elkaar horen,
zolang je mij blijft vergezellen in de jaren die gaan tellen,
blijven onze beelden elkaar bekoren
en kun je mij, iedere morgen weer, mijn verhaal vertellen.








Vinden...












Als ik jou vind,
in alles wat ik verlangen mocht
vind je mij dan ook,
in alles wat je zocht?

Als je mij vindt,
in alles wat je verlangen mocht
vind ik jou dan ook
in alles wat ik zocht?

Als ik niets vind
in jouw ogen,
ben ik dan blind
om de rest van jouw te vinden?

Als jij niets vindt
in mijn ogen,
sluit je ze dan
voor de rest om mij te vinden?

Elkaars vinden,
begint als zintuigen
elkaar vinden
en woorden verbinden.


Ik wil je vinden
in het vinden van jou.
Wil jij mij dan ook vinden
in het vinden van mij?





Hamsters











Twee hamstertjes draaien in een molentje, zo blij.
‘Zwartje’ is van mijn zusje en ‘Witje’ is van mij.
Soms gaan ze vechten en moet ik de ruzie beslechten,
dan neem ik witje in mijn handje
en geef ik haar een standje, heel even,
want ik voel haar lichtjes beven.
Snel geef ik haar een kusje
en aai haar zachte lijfje.
Ze kruipt over mijn haar en onder mijn truitje
en snuffelt aan mijn lippen met haar snuitje.
“Je bent mijn lieve knuffeldiertje en dat blijf je.”

Vergeten









Ik was vergeten, wat ik vergeten was.
Ik liep heen en weer
langs alle producten, koffie, melk en thee,
groenten, fruit en middelen voor de was.
Een moment geleden wist ik het nog,
vast door dat praatje bij de kassa
zat ik nu met dat verloren idee,
kwijtgeraakt ergens in die hersenmassa.

Ik was vergeten, wat ik vergeten was.
Zomaar van dat ene, op dat andere moment,
Ik was al onderweg naar… ja, waar was ik nu naar onderweg?
De winkel was mij niet onbekend
en wist tussen al die schappen de weg.
Ik kon nog langer blijven dolen,
er zou geen herinnering meer boven komen.
Wat ik wel wist was, dat het niet de eerste keer was,
dat ik was vergeten, wat ik vergeten was.

dinsdag 16 juni 2020

Monogaam

Monogaam




Ik zag op TV een documentaire over de boerenzwaluw. Na de lange reis vanuit Zuid Afrika wist het mannetje exact de dakpan terug te vinden, waaronder het paartje het jaar daarvoor hun nest had. Het vrouwtje arriveerde wat later in het nest. Minutenlang begroeten ze elkaar van blijdschap om het weerzien. Zwaluwen zijn monogaam, evenals vele andere vogelsoorten, zoogdieren en vissen. Neem nu de ons aller bekende tortelduif. De paartjes zijn samen voor het leven, tot de dood hen scheidt. Wie denkt niet aan de liefde als je ze samen ziet kusjes geven, maar ook het mannetje tortelt wel eens met anderen bij het overnemen van het broeden. Het vrouwtje komt daar zelden achter. En wanneer ze het toevallig eens ontdekt, is ze boos op het vrouwtje. Wie kent niet het symbool van een hartje wat gevormd vormt van twee zwanenhalzen elkaar omstrengeld. Ze blijven voor langere tijd bij elkaar, soms voor hun hele leven. Ook in de dierenwereld is het niet altijd pais en vree. Zelfs daar wordt gescheiden. Termieten blijven hun hele leven, dat kan wel 20 jaar zijn, samen, maar als ze uit elkaar gaan, bijten ze zelfs elkaars antennes af. Een vechtscheiding! Gibbons zijn het meest verwant aan de mens. Ze vormen een sterke band met elkaar en fysieke en biologische kenmerken wijzen erop dat man en vrouw behoorlijk gelijk zijn aan elkaar. Echter, bij de gibbon zien we soms ook trouble in paradise. Het gebeurt soms dat ze van elkaar scheiden. Ze lijken wel erg op de mens! Wolven zijn partners voor het leven en het familieleven van een wolf is ontzettend hecht. Een roedel bestaat meestal uit vader, moeder en jongen. De oudere jongen helpen zelfs met de opvoeding van de kleinere broertjes en zusjes.

Mensen gaan in beginsel een relatie aan voor jaren. Monogaam (trouw) “tot de dood ons scheidt” is onze doelstelling. Zelfs op oudere leeftijd willen we een relatie aangaan voor de rest van ons leven. Diverse profielen vermelden dit verlangen, met vaak als aanvulling: “monogaam”. Dit wil toch wel wat zeggen, dat we daar zoveel belang aan hechten. We leggen het elkaar als het ware op. “In het geval jij vreemdgaat, voor iemand anders kiest, dan…..” Tussentijds zijn dit gevleugelde uitspraken welke tijdens een relatie, als soort waarschuwing, nogal eens uitgesproken worden. De angst voor het kwijt raken van een partner aan iemand anders speelt ons parten. Het is ook een enorm pijnlijk vooruitzicht. Het tast geestelijk, zowel als fysiek, je hele wezen aan. Kunnen we dit aan elkaar opleggen, afdwingen? We gaan ervan uit, wanneer we voor elkaar kiezen, monogamie als vanzelfsprekend dient te zijn. En dan nog wel voor ons hele leven! Evenals vele soorten dieren leven ook wij in een groep soortgenoten. Daarin zijn we vol van de “ware” liefde, maar ondertussen verslijten we heel wat partners, gaan we scheiden en tussendoor gaan we ook nog eens vreemd. Monogamie past dat wel bij een mens? De eerste jaren zijn we verliefd, sterk emotioneel tot elkaar aangetrokken, vol van seksuele passie, voelen ons gewaardeerd. Na een aantal jaren ebt de verliefdheid weg, de sterke emotionele band met de partner neemt af. Dan nemen de verlangens naar die hevige romantische verliefdheid weer toe. We gaan vreemd, beëindigen onze relatie en gaan opnieuw een relatie aan. De cyclus herhaalt zich. Deze seriële monogamie zien we tegenwoordig veelvuldig voorkomen. Instinct? Natuurlijke drang? De natuurlijke drang zal ongetwijfeld een rol spelen, maar waarom geven we er dan aan toe? Veelal spelen allerlei factoren een rol. Daarnaast willen we ons geliefd en gewaardeerd voelen. Nemen die gevoelens af, neemt ook de seksuele aantrekkingskracht af, wat dan weer de aanleiding kan zijn voor die natuurlijke drang. Ook al hebben we in ons leven diverse relaties, we zijn monogaam aan de partner van dat moment. Des te langer partners bij elkaar blijven, beklijfd die emotionele band, neemt de vertrouwdheid,  gegroeid in al die jaren toe, wat samen die houvast geeft voor het voortbestaan van de relatie. Vaststellend zijn er diverse stellen welke hun 50/60 jarig Huwelijksfeest vieren. Zelfs kort geleden nog een Koperen Huwelijk. Concluderend: de mens kan monogaam zijn, ook al is het in diverse relaties. Liefde brengt geluk, maar of het gelukkig zijn al die tijd aanwezig blijft, ook al is de relatie monogaam………?  

 


zondag 14 juni 2020

Vriendschap










Vriendschap
Ver weg en toch dichtbij.
Een stem van lang geleden,
onveranderd en vertrouwd
brengt die nabijheid terug in het heden
van eens wat samen werd gesjouwd.

Ver weg en toch dichtbij,
herinneringen van jaren voorbij
gevoelens verstopt, maar bewaard.
Uit de diepte opnieuw aan de oppervlakte geraakt.
Een vriendschap welke nooit is verjaard.

Ver weg en toch dichtbij.
Levenswandelingen die ons scheidden.
Elkaar uit het oog verloren.
Een vriendschapsband, die niet is te doorsnijden.
Afstand kan genegenheid niet verstoren.

Ver weg en toch dichtbij.
Het verleden weer terug in het heden
in dat onverwachte telefoongesprek.
Vertrouwd, of jaren niet voorbij waren gegleden,
een hervonden vriendschap voor een nieuw vertrek.










maandag 8 juni 2020

Deventer





Deventer
Gedachteloos leg ik mijn veldboeket naast mij neer
terwijl ik mij vlij op de uiterwaarden in het zand.
Het pontje vaart heen en weer naar deze of gene zijde
het brengt iedereen naar de overkant.
de IJssel stroomt in zachte golven richting Kampen,
naar het IJsselmeer, om uiteindelijk in zee te belanden.
Om mij heen grazen koeien, enkelen zijn aan het pootjebaden,
ik moet oppassen, want zomaar laten ze hun vlaaien ergens landen.
Achter mij het IJsselhotel, waar gasten sinds een dikke eeuw terug
al het zicht op Deventer stad aanbaden.
Bezie rechts de Wilhelminabrug en aan de overkant de Deventertoren.
Net zoals dat schilderij bij mij thuis aan de muur,
in kruistekens gevangen, komt ook dit beeld prachtig naar voren.
Iedere keer weer slaak ik een diepe zucht,
wanneer ik vanuit het Westen
de brug zie naderen,
ik in het midden de knik voel,
waarmee ik enkel maar wil zeggen:
Het is het thuiskomen dat ik bedoel.



vrijdag 5 juni 2020

Het nieuwe normaal... 'wen er maar aan...'






Het nieuwe normaal. Wen er maar aan hoor ik zeggen. Mooi, zonnig, droog en warm weer, zoals wij dat de laatste weken hadden, daar hoef ik niet aan te wennen, dat is er en daar geniet ik van. Tegen de volle zon kan ik mij beschermen door gebruik te maken van een product tegen zonnebrand. De regen, die nu met volle hevigheid op mijn dak kletst, dat is niet leuk, wel broodnodig voor de natuur, maar ik weet, dat het niet voor lang zal zijn. Het is een kortdurende periode. Ja, ik word er nat van, maar daar kan ik mij tegen wapenen, middels een regenjas, of een paraplu, of gewoon door thuis te  blijven. Dat laatste, thuis blijven, handen wassen, anderhalve meter afstand enz,enz.. zijn nu de wapens om mij tegen heel wat anders, dan regen of zon te beschermen. Namelijk een onzichtbaar virus dat mij zomaar ongemerkt zal kunnen aanvallen. Dus zijn er nu allerlei regels om besmettingen in te perken. 
Het nieuwe normaal: ‘Wen er maar aan.’

“Blijf thuis”, was wekenlang de boodschap. Sinds enkele dagen worden de teugels wat gevierd. Echter het spontane doen is niet meer. Zomaar ergens gaan eten, een restaurant, of café binnen wandelen, gaat alleen op afspraak en voor diverse musea, attractieparken en dierentuinen zijn tijdsloten ingesteld, zodat het aantal bezoekers op bepaalde tijden beperkt is en men weet hoeveel aantallen er binnen zijn. Allemaal praktische zaken waar op den duur aan te wennen is, lijkt mij. Na verloop van tijd zullen wij niet anders meer weten, maar misschien wel met heimwee terug kijken op eens…de spontane manier van leven.

Waar ik moeite mee heb en waarschijnlijk nooit aan zal kunnen wennen zijn de regels die mij persoonlijk opgelegd worden. Boetes die worden opgelegd wanneer ik met mijn kleindochter in de auto zit bijvoorbeeld. Dat mag niet, want wij zijn geen gezinsleden uit één gezin. Iemand niet spontaan kan omhelzen, omdat ik zo blij ben na het ontvangen van een bloemetje.
Te zien wat die afstand houden met mijn kleindochters van acht en tien doet, daar word ik niet vrolijk van. Zij zijn op een leeftijd, dat ze de regels begrijpen, maar ze zijn ook op een leeftijd, dat ze nog geheel open staan om aanhankelijkheid te tonen en liefde te geven en te ontvangen. Zij willen knuffelen. Op allerlei andere manieren uiten ze dat nu, door een elleboog, of een voetje te geven en daarbij de woorden: ‘Oma, ik hou  van jou.’

Dit jaar vieren wij 75 jaar bevrijding. Als na-oorlogskind probeer ik mij na het horen van al die verhalen, in te leven wat beperking van die vrijheid inhoudt. Toch is het nu een heel andere situatie, maar er is wel degelijk beperking van vrijheid. De vrijheid van fysiek uiten wordt in deze periode als alleenstaande nu behoorlijk ingedamd. Niemand in de directe omgeving waar ik mijn gevoelens op een intieme manier kan vormgeven en tonen. Ik bedoel niet specifiek op het seksuele vlak, maar gewoon iemand kunnen aanraken.

‘Wen er maar aan.’ Hier zal ik echter nooit aan wennen. Het nieuwe normaal… Het elkaar aanraken hoort bij het leven, elkaars emoties delen, middels elkaar voelen. Een mens kan niet zonder. Nu overheerst de angst voor een onzichtbare vijand. Ik wil een mens huid op huid voelen, zoals ik de zon en de regen op mijn huid voel.