Veilig voelen, veilig zijn
Ooit zei eens een vriend tegen mij: ‘Jij hebt best veel
schoenen”! Helemaal niet! Zoveel schoenen heb ik echt niet! ‘Nou, ga ze maar
eens tellen’. Kijk maar eens op je schoenenrek. Ja, maar de meeste zijn
schoenen van al langer geleden, of gekocht voor een speciale gelegenheid. En
ja, ik moet bekennen ik heb enkele exemplaren die weliswaar nieuw zijn, maar
die ik waarschijnlijk nooit meer zal dragen, omdat ze ongemakkelijk zaten en zitten.
Wel pasten ze mooi bij mijn outfit toentertijd. Ik kon er natuurlijk op
wachten: ‘Waarom ruim je ze dan niet op’?
En inderdaad, wanneer ik ze dan ging tellen moest ik
bekennen, dat her toch wel meer waren dan in mijn gedachten. In ons land heb je
nu eenmaal te maken met vier seizoenen. Ik heb schoenen en laarzen voor de
winter, sandalen en open schoenen voor de zomer, schoenen voor onder een rok,
of jurk, enkele wandelschoenen, sjieke schoenen en nog een paar, voor mij in
elk geval, historische naaldschoenen met een hoogte van meer dan zeven
centimeter. Gedragen tijdens een bruiloft van vriendin toen ik heel veel jaren
jonger was.
Wellicht had ik die naaldschoenen wel als wapen kunnen
gebruiken toen ik als twintig jarige in het schemerdonker van de fiets werd
getrokken. Maar die droeg ik toen niet, want ik was op weg naar de sporthal om
een wedstrijd te gaan volleyballen. Het is goed afgelopen op een paar
schaafwonden en heftige woede na. En
geen enkele angst. Die angst drong pas tot mij door enkele jaren later. Een
kind stak achter mijn fiets hardlopend de straat over. De schrik en angst van
het horen van de voetstappen achter mij, doorboorde mijn hele lijf. Na dit voorval
trad het gebeuren tijdens mijn werk op kantoor weer in alle hevigheid naar
voren. Ik was op dat moment alleen op kantoor. De schoonvader van mijn baas
kwam achter mijn stoel staan en met mooie woorden begon hij mij aan te raken en
pakte mij bij beide borsten. Ik was zeventien jaar. En het gekke is, wanneer ik
er nu over nadenk, dat ik het nooit aan iemand heb verteld. Niet aan mijn baas,
niet aan mijn ouders, niet aan mijn toenmalige vriendje. Uit verlegenheid, uit
schaamte.
De gebeurtenissen van de afgelopen dagen met het overlijden
en verkrachting van het zeventienjarige meisje brengen deze herinneringen weer
boven. Regelmatig fietste ook ik in mijn jonge jaren na een training, of
wedstrijd alleen laat naar huis. Om niet op een fietspad door het plantsoen te
hoeven, fietste ik wel om, door drukkere straten met veel verlichting.
Ik was op de fiets toen mijn man, toen nog mijn vriend, mij laat
in de avond met zijn auto begeleidde onderweg naar mijn huis. Klaarblijkelijk
vond de Politie, dat een vreemd gedrag en hield hem aan. Het was een
toevalligheid denk ik zo, maar wel heel oplettend.
Ik heb ervaren wat een impact dat heeft op het vertrouwen. Het
heeft mij geleerd om voorzichtig te zijn. Echter de angst blijft altijd
onderdrukt aanwezig.
Als meisje, of vrouw moet je je veilig kunnen voelen op
straat, of tijdens de nachtelijke uren. Maar helaas, de gebeurtenissen leren
ons wel om er vooraf rekening mee te houden. We kunnen zelf ook voorzorgsmaatregelingen
nemen. Ik herinner mij nog, dat mijn vader mij als vijftienjarige altijd ophaalde
na een feestje. Ik vond dat niet erg. Meestal werd er gedanst en mijn vader
hield van dansen. Hij heeft mij op die avonden de wals geleerd. Echter als vrouw er
rekening mee moeten houden, dat er iets zou kunnen gebeuren, zou niet nodig moeten
zijn.